Type : Concert

Pre-sale: € 19,50 incl.

Box-offce: € 22,50 incl.

  • 20:00 – Doors open
  • 21:00 – A.J. Croce
  • 00:00 – Curfew

Let op dit is een zitconcert (capaciteit: 150)

De Amerikaanse singer-songwriter A.J. Croce heeft hetzelfde beroep als zijn vader, de in 1973 overleden Jim Croce. Maar waar vader een folky was, zoekt A.J. het meer in de blues, pop en country. Als we zijn debuutalbum A.J. Croce (1993) als startpunt nemen, zit hij alweer vijfentwintig jaar in het vak, een periode waarin hij is uitgegroeid tot een gelauwerde rootsartiest die zelfs Willie Nelson tot zijn fans mag rekenen.

A.J. kijkt naar de toekomst mt een nieuwe plaat, Just Like Medicine. Op dit album werkt Croce samen met soulartiesten als Penn (Aretha Franklin, Percy Sledge, Janis Joplin), David Hood (The Staple Singers, Boz Scaggs, Paul Simon), Colin Linden (Keb’ Mo’, Bob Dylan), Muscle Shoals en The McCrary Sisters.

De Blueskrant had een mooi interview waarin er teruggeblikt werd op zijn jeugd en zijn aankomende Europese Tour aan bod kwam. Het volledige interview is hieronder te lezen.

Helend album A.J. Croce ‘Just like Medicine’ markeert einde en nieuw begin.

In 1973 verhuisden Jim en Ingrid Croce samen met hun anderhalf jaar oude zoon Adrian James, ook wel A.J. genoemd naar het Gaslamp Quarter in San Diego. Een gebied zonder restaurants of muzieklocaties en laat dat nu juist hetgeen zijn waar deze twee expressieve kunstenaars en singer-songwriters naar opzoek waren. Al sinds 1970 traden ze samen op in de Verenigde Staten. Jim, die bijna onafgebroken aan een stuk nummers schreef, had net een grote hit met ‘Bad Bad Leroy Brown’ en recentelijk zijn allernieuwste single in de studio afgemixt. Een succesvolle toekomst lag in het verschiet voor de familie Croce. Jim grapte om in, het alles behalve bruisende, Gaslamp een restaurant en een bar te openen. Daar zouden ze samen met hun vrienden zoals James Taylor, Jimmy Buffet, Arlo Guthrie, Bonnie Raitt en The Manhattan Transfer naar hartelust kunnen musiceren. Nog voordat de plannen op papier stonden en voor dat zijn single uitkwam, sloeg het noodlot toe. Een week voordat de kleine A.J. twee jaar werd stortte op 20 september 1973 het vliegtuig met Jim Croce, zijn vriend en muzikant Maury Muehleisen en 4 andere inzittenden neer, één dag voor Jim’s nieuwe single “I Got A Name” zou uitkomen.

AJ Croce // Photography Sebastian Smith

“Vanaf het moment dat we samen iets speelden van Ray Charles werd me alles duidelijk”

A.J. en zijn moeder Ingrid stonden er alleen voor en van het ene verdriet rolden ze in het andere. Toen A.J. bijna vier was verloor hij zijn zicht, er werd een hersentumor bij hem geconstateerd. De blinde maar dappere A.J. leerde zichzelf piano spelen en begon liedjes te schrijven. Zijn doorzettingsvermogen gaf zijn moeder kracht om het leven weer op te pakken en er alles uit te halen. Tot 10 uur per dag speelde hij intensief op de piano en het was duidelijk dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden. Met het verschil dat hij vastberaden was om succesvol te worden voor zijn dood.
“Ik ben niet de enige die zonder vader is opgegroeid, het is geen unieke situatie. Er zijn kinderen waarvan hun vader of moeder is omgekomen in een oorlogssituatie of gestorven aan een ziekte. De vragen die ik voor mijn vader had moest ik aan iemand anders voorleggen, daar leerde ik mee omgaan. De combinatie muziek en humor is mijn redding geweest. Als je niet meer kunt lachen dan stort alles om je heen in en raak je steeds dieper in de put. Muziek was vanaf mijn geboorte een wezenlijk deel van mijn leven en het werkte therapeutisch voor me. Mijn muzikale genen gaan meer dan 5 generaties terug, ik heb operazangers, zangeressen, pianisten, vocalisten en singer-songwriters aan beide kanten van de familie. Vanaf het moment dat ik kon kruipen klom ik bij wijze van spreken al op de pianokruk. Blind zijn heeft geloof ik niet de manier van muziek beleven of maken veranderd. Ik wist niet beter, ik was blind en gewoon gek op muziek. Heel langzaam kreeg ik door de jaren heen weer zicht met mijn linker oog en met een vriendin van de familie, die ook singer-songwriter was, zat ik vaak samen achter de piano. Ze leerde me luisteren, schema’s spelen en zelfs improviseren op de piano. Vanaf het moment dat we samen iets speelden van Ray Charles werd me alles duidelijk. Dat raakte direct mijn hart en wist ik wat wilde worden. Al snel luisterde ik naar de platencollectie van mijn vader, in zijn middelbare schooltijd bleek hij DJ op school te zijn geweest. In die tijd werd de blues weer een beetje herontdekt en ik ploos die enorme platencollectie uit met langspelers van Mississippi John Hurt, Brownie McGee maar ook met veel folkmuziek. Ook mijn opa was een enorme muziekliefhebber en had een grote verzameling platen van jazz-, folk-, bluegrass- en bluesplaten. Na zijn dood mocht ik van mijn oma alle platen waarin ik geïnteresseerd was uitzoeken. Toen ik ongeveer 13 was zag ik de film ‘Down by Law’ van Jim Jarmusch waarin Irma Thomas het nummer ‘It’s Raining’ zong, geproduceerd door Allan Toussaint. Vanaf dat moment moest ik alles van Irma Thomas en vooral van Allan Toussaint luisteren. Hij was tenslotte ook pianist en op dat moment maakte hij de muziek die ik graag wilde leren spelen. Ik heb in mijn carrière gelukkig veel met Allan Toussaint mogen spelen en veel van hem geleerd. Allan produceerde enkele nummers van mij en was een echte ‘gentleman’ die prachtige verhalen kon vertellen.”

De Blueskrant

“Het beste dat ik kon doen was uitgaan van mijn eigen kracht.”

Op zijn 16e speelde A.J. in een band dat voornamelijk geënt was op de jaren 60 rockmuziek, zijn Vox Continental keyboard sleepte overal mee naartoe. Enkele jaren later speelde hij soloshows in jazzclubs, restaurants en cafés in de zomer kon hij op enkele podia in Londen zijn nummers ten gehore brengen. “Natuurlijk luisterde ik in mijn jeugd naar alles wat er op de radio te horen was, David Bowie, The Rolling Stones en al die rock gerelateerde bands. Maar mijn interesse lag meer bij de muziek waar ook mijn vader naar geluisterd had. Die mooie New Orleans muziek van Lee Dorsey, Irma Thomas, The Meters en veel van die muzikanten waar ook Allan Toussaint mee had gewerkt. Ik kende de muziek van pianisten als Fats Domino, James Booker en al dat soort musici. Vanaf Ray Charles en Stevie Wonder ben ik terug gegaan in de tijd en keek niet echt vooruit. Ik luisterde naar muziek van Charles Brown, Nat King Coole tot aan de wortels van de Jazz. Via Fats Waller en Willie ‘The Lion’ Smith ontdekte ik de uitdagende en vlotte stride piano stijl. Maar ik kon de stride piano stijl beter begrijpen door te luisteren naar gitaristen als Blind Willie McTell en Mississippi John Hurt. Gitaar vind ik nog steeds, op een of andere manier, makkelijk te vertalen naar de piano. Ik heb veel gestudeerd en van iedereen met wie ik ooit samen heb gespeeld veel opgestoken, of het nu op gitaar of piano was, of op vocaal gebied. Tijdens sessieopnamen met Robben Ford en Ry Cooder bleef ik ze bestoken met vragen en zo ontdekte ik steeds nieuwe dingen op gebied van, groove, ritme, akkoorden en toon. Maar ook hoe je in je hoofd muzikale stukken kunt ontleden en analyseren. Bandleider en saxofonist Daniël Jackson uit de band van Ray Charles woonde vlak bij ons en van hem kreeg ik zo af en toe les. Samen speelden we van alles en mocht ik op een dag mee als opener tijdens een tour van Ray Charles. Daniël stond me naderhand altijd op te wachten om me een enorme knuffel te geven. Dat hielp me enorm in mijn zelfvertrouwen. Door de jaren heen heb ik allerlei stijlen gespeeld en door mijn praktische en theoretische kennis kon ik ook voor veel andere mensen schrijven, ik ben tenslotte ook een schrijver. Een van mijn leraren op de middelbare school had mij ooit op het hart gedrukt dat als ik een goede schrijver zou willen worden, ik heel veel moest lezen en vooral poëzie. Als ik je een goede songwriter wilde worden dan moest ik het van de beste leren. Hij zei, ‘Daarna moet je alles vergeten en weer bij jezelf beginnen vanuit je eigen ervaringen’. Die raad heb ik opgevolgd. De achternaam Croce heeft me in het begin natuurlijk ook op weg geholpen maar op sommige momenten ook in de weg gezeten. De verwachtingen waren soms groot en als je op het gewenste moment niet kunt laten zien wat je in je mars hebt dan kan het tegen je gaan werken. Mijn vader had veel fijne mensen om zich heen waarvan er veel muzikant waren en die hebben ons nooit in de steek gelaten. Ik ben nu ouder dan dat mijn vader ooit geworden is en heb uitdagender dingen gedaan dan dat hij ooit heeft kunnen laten zien. Ik kan geen nummer schrijven zoals ‘Time in a Bottle’ en hij heeft nooit piano gespeeld zoals ik. Het beste dat ik kon doen was uitgaan van mijn eigen kracht. Pas enkele jaren geleden heb ik een aantal shows gewijd aan mijn vaders liedjes. Natuurlijk hebben we een connectie samen maar we groeiden allebei op in een andere tijd, toch hebben we een groot aantal gemeenschappelijke muzikale invloeden. Dat werd me nogmaals duidelijk toen ik samen met Leon Russel ging schrijven. Hij werkte onder meer met B.B. King, Eric Clapton, Freddy King en Bob Dylan en is van dezelfde generatie als mijn vader. We kwamen erachter hoe bijzonder het is dat twee verschillende generaties samen zo’n zelfde gevoel in de muziek kunnen leggen, samen maakten we 10 nummers.”

“Wat instrumenten en apparatuur betreft ben ik behoorlijk puristisch.”

In 1993 bracht A.J. zijn eerste titelloze album uit en er volgden er snel meer. Zijn talent was niet onopgemerkt gebleven en hij trad op als openingsact voor Carlos Santana, Rod Stewart, Aretha Franklin, Dr. John, Lyle Lovett, James Brown, B.B. King, Dave Matthews, Earth, Wind and Fire en Ray Charles. Hij werkte samen met Willie Nelson, Ben Harper, Ry Cooder, de Neville Brothers, Waylon Jennings en David Hidalgo van Los Lobos. Ook de Nationale televisie en grote talkshowhosts nodigden A.J. regelmatig uit. “Mijn eerste drie albums zijn zeker gefundeerd op blues en soul invloeden. Op mijn vierde album, niet mijn meest favoriete, ging ik een andere kant op, ik had destijds andere ideeën die ik uit wilde proberen. De drie albums daarna produceerde ik zelf en waren redelijk roots-achtig en voornamelijk live opgenomen in de studio. Wat instrumenten en apparatuur betreft ben ik behoorlijk puristisch en een van mijn, wat onplezierige, eigenschappen is mijn perfectionisme. Vandaar dat ik mijn albums zelf moest gaan produceren. Een leerzaam proces dat me uiteindelijk inzicht gaf dat het werken met externe producers mijn beeld veel wijder zou maken. Op het album Twelve Tales uit 2014 werd dat volledig duidelijk en heb ik diverse stijlen door elkaar gemixt, je hoort dat er bij mij een transitie gaande was. Voor dat album had ik maar liefst zes verschillende producers in de arm genomen, die elk twee van mijn nummers onder handen namen. Met naast de legendarische producenten Allen Toussaint en Cowboy Jack Clement ook Greg Cohen, Mitchell Froom, Tony Berg en Kevin Killen. Allemaal producers die met de allergrootsten gewerkt hebben, van Elvis Presley tot Elvis Costello van Johnny Cash tot Jerry Lee Lewis.”

AJ Croce // Photography Sebastian Smith

“Dit album vat alles samen wat ik in de afgelopen jaren heb meegemaakt.”

Zijn tiende album genaamd ‘Just Like Medicine’ kwam eind 2017 uit, een openhartig en autobiografisch album waarin A.J. zijn carrière in perspectief zet. Samen met de gelouterde producer, zanger en songwriter Dan Penn, die als geen ander weet hoe een tijdloze Memphis Soul plaat moet klinken, haalde A.J. ook een aantal topmuzikanten naar de studio. Waaronder gitaristen Colin Linden en Steve Cropper en Muscle Shoals Swampers bassist David Hood. De Muscle Shoals blazerssectie en de MrCrary Sisters maakten de line-up compleet.
“Ik verhuisde naar Nashville en dat was voor mij best emotioneel. Ik had 24 jaar op dezelfde plek gewoond, vandaar dat het even duurde voor ik aan dit album begon. Het was een behoorlijke stap in mijn leven en in muzikale reis. Ik kom al in Nashville sinds mijn zeventiende maar toen was alle muziekindustrie hier verdwenen, nu kun je hier bijna geen huis meer kopen. Er was een tijd dat alles gebeurde in New Orleans en een tijd dat het allemaal gebeurde in Chicago of Los Angeles. Tegenwoordig gebeurt het allemaal in Nashville, een goede redenen om het album hier op te nemen. Dat deden we mono en volledig analoog op zo weinig mogelijk sporen met een enkele microfoon. Terug naar de basis zoals in vroeger dagen, de tijd dat we luisterden via onze kleine transistors met een enkel speakertje. Dat klonk toch geweldig. Iedereen luistert tegenwoordig weer naar muziek via kleine compacte speakers in smartphones, dus zou dit album nu ook op die apparaten fantastisch moeten klinken. Het is een enorm persoonlijk album geworden met veel soulinvloeden maar het mocht absoluut niet als een STAX of Muscle Shoals album klinken. Het moest vooral een eerlijk album worden, een album met een eigen stem. Ik vond een onuitgebracht nummer van mijn vader ‘Name of the Game’, het had een geweldige soul-vibe en paste perfect op dit album. Het maakte de cirkel rond. Dit album vat alles samen wat ik in de afgelopen jaren heb meegemaakt. Toen ik het album af had kreeg ik het beklemmende gevoel dat mijn carrière volbracht was. Ik dacht, nu ben ik klaar en heb gedaan waar ik voor bestemd was. Al snel had ik gelukkig al weer nieuwe inspiratie en ook dat heeft te maken met mijn nieuwe leefomgeving. Op dit moment kan ik me geen beter muzikaal decor wensen dan Nashville. De grote platenlabels zijn weer terug en heel Nashville barst uit zijn voegen met een grote diversiteit aan muzikanten en hele goede ook nog eens. Rock, country, hip hop, elektronische muziek, alles is hier aanwezig en iedereen maakt samen muziek. Ik zou voor een volgend album erg graag met Afrikaanse muzikanten willen werken in een multiculturele samenstelling waarin we de verhalen kunnen vertellen die op dit moment zo relevant zijn en dat zou hier zo maar eens kunnen gebeuren. Samenwerken is een van de manieren om te overleven als muzikant, een andere manier is op pad gaan om te touren. Dat ga ik in de komende maanden ook weer doen. Ik kom in april naar Europa voor enkele behoorlijk intieme solo-shows zoals Randy Newman dat ook deed. Ik speel op piano, zing en vertel de verhalen die achter de nummers schuil gaan. Ik speel natuurlijk ook de nummers die mijn publiek wil horen, zolang zij maar tevreden zijn.”